Reisverhalen "Old Dutch"


 

  terug  

De laatste update 2-10-2006
 

deel 1 2006
 
   

 

De Old Dutch op reis deel 1

Eindelijk is het dan zover. De Old Dutch is klaar voor vertrek. Het is zondagmiddag  6 augustus 2006. De bedoeling was dat ik (Carel) en mijn broer (Otto) al half juli zouden vertrekken, maar Otto had nog een aantal zaken te regelen voor vertrek en dat nam meer tijd in beslag dan gepland. Maar nu is het toch zover. De Noordkaper 40 gebouwd in 2001 heeft nog slechts een 3600 mijl op de teller, maar door omstandigheden zijn er slechts 2 langere reizen gemaakt te weten één naar Noorwegen in 2002 en één naar Normandië en Noord Bretagne in 2003.

Het reisdoel is nu wat ambitieuzer. De bedoeling is Zuid-Portugal. Otto gaat daar van boord en voor de rest zal ik het moeten doen met opstappers.

Om 16.00 uur vertrekken we uit Makkum. Het schip was afgemeerd voor de loods van de Gebr. van Enkhuizen , die nog wat laatste klusjes hebben gedaan. Bij de sluizen van Kornwerd hoeven we nauwelijks te wachten en na passage van de brug over de dijk worden de zeilen gehesen. Er staat een lekker NW windje en als we een beetje geluk hebben kunnen we nog met het stroompje mee het Marsdiep uitvaren.

Gedurende de tocht op het wad heb ik alle tijd om Otto in te wijden in de geheimen van het zeilen. Hij is weliswaar een verwoed watersporter, maar zijn voorkeur gaat uit naar motorboten. Zelf heeft hij een sloep. Ik heb me voorgenomen om hem om te turnen naar het zeilen en of me dat lukt weet ik niet, maar het is het proberen waard.

Het lukt inderdaad om het Marsdiep en een gedeelte van het Schulpengat met stroom mee uit te varen, maar we hebben op het Wad wel hier en daar de motor nodig gehad om laveren te vermijden. Het gaat inmiddels donker worden met een prachtige zonsondergang, maar zoals zo vaak op de Noordzee de wind valt weg en de motor moet er bij. We varen een WZW koers om nog boven de Noordhinder de Diepwater shippinglane te kunnen oversteken om dan vervolgens meer ZW te gaan varen langs Ramsgate, Dover en vervolgens de Engelse zuidkust op weg naar ons eerste doel Falmouth.

Alles verloopt volgens de planning al kan pas in de loop van maandagmorgen de motor weer uit. De wind komt nog steeds vanuit het NW maar is wel zwak. Meer dan 4 knopen halen we niet. In de loop van de dag moet de motor er toch weer bij wegens het ontbreken van voldoende wind. In de nacht van maandag op dinsdag passeren we Ramsgate en Dover. Bij Dungeness wordt het weer licht en  komt er ook wat meer wind. De motor kan weer uit en we zeilen langs de prachtige krijtrotsenkust. Het is voor mij al weer jaren geleden hier geweest te zijn. De laatste 10 jaar zijn we steeds in Noorwegen geweest of in Bretagne.

We besluiten de Solent links te laten liggen en onder Wight te blijven. Helaas doet de wind niet wat wij graag willen te NW  blijven. Hij gaat meer naar het westen. Dat wordt dus kruisen. Tegen zonsondergang zijn we zeggen en schrijven in 6 uur tijd zo’n 15 mijl opgeschoten (stroom tegen) en Wight nog steeds niet gepasseerd.

We besluiten de motor maar weer aan te zetten, zij het met pijn in het hart, maar zeilend schiet het met deze windrichting niet op. Bij het licht worden zien we Wight noordoostelijk liggen, eindelijk gepasseerd dus en nu op naar Falmouth. De uren dat we stroom mee hebben kan de motor uit en varen we een zuidwestelijke koers maar met stroom tegen moet de motor ons weer een stuk naar het noordwesten brengen. Zo gaat het de hele woensdag tot donderdagmorgen vroeg. Om 07.00 uur wordt het licht en varen we Falmouth binnen

Voor mij is het zeker 10 jaar geleden dat ik in Falmouth was. Otto is er ook eerder geweest op een camping. In de Pendennis marina, dicht bij de stad lijkt geen plaats te zijn. Ik weet dat er verder op de rivier nog een marina is, dus daar maar heen, want we hebben geen zin om te ankeren of op de rivier een mooring op te pakken en dan de dinghy opblazen om aan de wal te kunnen komen.

Ook daar is het vol en we gaan weer terug in de hoop, het is inmiddels 08.00 uur geweest, dat er een plaatsje vrij komt door vertrekkende boten. En ja hoor we hebben geluk en kunnen rond 09.00 uur afmeren. We zijn allebei nog uitermate fit want, ook al hebben we niet consequent wachten gedraaid, we hebben slaap genoeg gehad. Na bij de havenmeester geweest te zijn en voor 2 dagen betaald te hebben besluiten we toch om een paar uurtjes te gaan pitten om dan vervolgens ’s-middags Falmouth te gaan verkennen en boodschappen te doen.

Rond een uur of twee zijn we weer wakker en zien we een Westerly Storm binnenkomen. De mast is gebroken en ligt half in het water. We helpen met nog enkele Nederlanders het schip afmeren.Er is één persoon aan boord een Belg van 68 jaar. Ondanks de vreselijke chaos aan boord  is hij betrekkelijk rustig en hij vertelt zijn verhaal:

Hij zeilt meestal alleen en is nu op de terugweg naar Oostende van een rondje om Engeland. De dag er voor is hij van de Scillies vertrokken op weg naar Falmouth. Hij heeft in de nacht volgens zijn zeggen regelmatig uitkijk gehouden. Rond 2 uur heeft hij een containerschip zien naderen die ogenschijnlijk hem aan bakboord zou passeren en is weer naar binnen gegaan. Plots werd hij opgeschrikt door een enorm lawaai en vloog naar buiten. Het containerschip heeft hem waarschijnlijk niet gezien is vlak langs gevaren, maar heeft door de golven zijn mast geraakt die nu voor een deel in zee ligt en tegen de romp bonkt. Het containerschip heeft waarschijnlijk van het voorval niets gemerkt en op dezelfde koers doorgevaren. Hij kon de naam van het schip niet meer lezen.

Uren is hij vervolgens bezig geweest met het zo goed mogelijk bergen van alle spullen. Het grootzeil is nauwelijks beschadigd, de fok daarentegen kan als verloren worden beschouwd. Hulp kon hij niet vragen want zonder antenne werkt de marifoon uiteraard niet. Een noodantenne was niet voorhanden.

We zijn zwaar onder de indruk van zijn verhaal en hebben grote bewondering voor het feit dat hij alles op zijn ééntje heeft kunnen klaren en dat op zijn leeftijd. We informeren voorzichtig of hij het thuisfront al heeft geinformeerd. Dat heeft hij niet maar zal dat aanstonds gaan doen.

We adviseren hem om ondanks het feit dat hij zegt niet echt moe te zijn toch maar te gaan slapen en nodigen hem uit voor de avondmaaltijd. Hij gaat inderdaad naar zijn kooi en op 19.00 uur stapt hij bij ons aan boord met een fles oude jenever en een fles Bommerlunder (een sterk soort Duitse jenever).

Hij laat zich de maaltijd goed smaken evenals het wijntje dat er bij geschonken wordt en daarna kletsen we nog wat na over van alles en nog wat. Hij blijkt heel wat van de wereld gezien te hebben. Is onder meer solo naar Zuid Afrika gezeild en via Brazilië weer terug, is in Groenland geweest, kortom hij heeft wel zo’n 60.000 zeemijlen in zijn leven alleen gezeild. Rond 22.00 uur zien we dat de vermoeidheid nu echt gaat toeslaan. Hij vertrekt naar zijn schip en we beloven hem de volgende morgen te helpen met opruimen en bergen, zodanig dat hij desgewenst op de motor verder kan.

De volgende morgen gaan we met zo’n 6/7 mensen aan het werk en met een paar uurtjes is alles geklaard.

Inmiddels heeft onze Belg bedacht dat hij wellicht de nodige reparaties in Falmouth kan laten uitvoeren om toch zeilend naar zijn thuishaven Oostende gaan. Hij ziet ontzettend op tegen zo’n 300 mijl motoren. Wij vragen hem wat de verzekering wil en tot onze stomme verbazing horen we dat hij alleen voor aansprakelijkheid verzekerd is. Hij had het schip gekocht voor Euro 23.000 en dan kan je volgens hem beter niet all-risk verzekeren. Is misschien wat voor te zeggen.

Hij had bij een aantal bedrijven offertes gevraagd en maandag zou hij er meer over horen. Hij had ook zijn vrouw nog geraadpleegd en die had gezegd: “manneke gij kunt beter als zeilschip dan als motorboot in Oostende binnenlopen”. Achteraf heeft hij ons gemaild dat de reparatie van de mast inderdaad in Engeland heeft plaatsgevonden en alles wat daar dan bijhoort zoals nieuwe draden, vallen e.d. maar de prijs was hem zwaar tegengevallen. Ja, Engeland is een mooi maar tegelijkertijd ook een erg duur land.

Inmiddels was het zaterdag geworden en volgens de planning zouden we dan vertrekken naar La Caruna in NW Spanje. De 5-daagse weersverwachting die we via Weerbureau WHS van de meteo in Aberdeen hadden gekregen was niet echt tof en we besloten het vertrek tot in ieder geval maandag uit te stellen. Op maandagmorgen zouden we een nieuwe verwachting aanvragen.

In Falmouth hoef je je niet te vervelen. Het is een leuke stad met veel winkels, gezellige restaurantjes en Pubs. Sinds de laatste keer dat ik er geweest ben zo’n 12 jaar geleden is er niet veel veranderd. Uiteraard ook een bezoek gebracht aan de fameuze chandlery The Bosuns Locker. Het werd dus een rustig maar wel gezellig weekend.

De weersverwachting die we op maandag kregen was wel wat beter maar nog altijd niet echt goed. We zouden volgens de verwachting op woensdag 7Bf krijgen maar vervelender was dat de wind van NW  meer W zou worden en zelfs ZW. Na enig beraad besloten we toch te gaan. We zouden als de wind eerder dan verwacht ZW zou worden nog altijd Zuid-Oostelijk kunnen gaan varen om dan ergens aan de Noordkust van Spanje uit te komen. Niet helemaal de bedoeling natuurlijk, maar blijven liggen vonden we ook geen optie. We namen afscheid van onze buren (ook Nederlanders) en uiteraard onze Belg. Die vond het maar niks dat wij vertrokken. Hij had eens naar de weerkaartjes gekeken en volgens hem zouden we niet aan een flinke storm kunnen ontkomen. Voor alle zekerheid de weersvoorspelling van de Aberdeense meteo nog eens bestudeerd, maar we konden geen storm ontdekken. We bleven dus bij onze beslissing en verlieten om 14.00 uur de haven.

Maandag en dinsdag was er geen vuiltje aan de lucht. We liepen op vol tuig heerlijk met een NW windje.

Dinsdagavond begon het wel wat te betrekken en ook de barometer liep terug. De wind trok wat aan maar nog geen reden om zeil te minderen. Otto deed de hondewacht en riep mij om 01.00. Hij vond dat we wat zeil moesten gaan minderen. Ik bekeek de situatie eens goed en besloot dat we voorlopig wel op vol tuig door konden. De boot liep mooi snel en haalde af en toe wel 8 knopen. Dat schoot nog eens mooi op.

Zo’n 3 kwartier later werd ik weer gewekt. Nu klonk het alarmerender. “Er moet nu wat gebeuren want het gaat zo niet goed”. Otto had gelijk. Er stond inmiddels een dikke 7bf en het was aardeduister. Bovendien flitste het in de verte, dus er was ook onweer op komst. Binnen 10 minuten hadden we de voorzeilen ingerold en 2 riffen in het grootzeil gelegd. Het onweer viel gelukkig mee (ik hou niet van onweer op zee). De bui trok achter ons langs. De lucht klaarde weer wat op en dus maar een stuk kluiver erbij. De riffen in het grootzeil lieten we zitten. De wind was wel iets gedraaid en kwam nu uit WNW. Dat betekende dat we geen pure halve wind meer konden varen maar ruim aan de wind. Ondanks  het beperkte zeiloppervlak liepen we toch nog altijd 7 knopen. In de loop van de  dag trok de wind steeds verder aan en we moesten steeds hoger aan de wind gaan varen. Hoewel we in het diepste gedeelte van de Golf van Biscaye zaten viel de golfhoogte nog wel mee er kwam af en toe een brekertje over.

Ik wierp een blik op de barometer en daar schrok ik echt van: 982 millibar. Dat kon niet anders dan storm betekenen. Zou die Belg dan toch gelijk krijgen?. Wel die Belg kreeg gelijk. In de middag werd het 9Bf met uitschieters naar 10. De kluiver hadden we inmiddels weer helemaal binnen gerold we liepen inmiddels hoog aan de wind en we zaten te dubben of we wel of niet een derde rif zouden leggen. Het leggen van dat derde rif zou geen pretje zijn, omdat dat dit bij de mast moet gebeuren. Er loopt geen smeerreep naar de kuip. Ik besloot vooralsnog af te zien van een derde rif en zo hoog mogelijk naar de wind toe te kruipen. De automaat hield het immers prima we maakten ook nog wat voortgang en we zaten, het was woensdag rond middernacht,  zo’n 80 mijl van La Caruna. Wie weet zou het wat beter worden. Wel dat werd het niet. Al rap was La Caruna niet meer bezeilbaar. De storm kwam nu vrijwel uit het ZW.

Ik had me voorgenomen om bij het licht worden te besluiten of we koers zouden blijven zetten op La Caruna of dat we meer Zuid-Oostelijk zouden gaan varen richting één van de Rio’s aan de Spaanse NW kust. Om 2 uur ’s-nachts ging het echt niet meer. De golven werden alsmaar hoger maar door de winddraaiingen zat er geen vast patroon in. Voortgang maakten we vrijwel niet meer en in feite waren we aan het bijliggen. Hoewel we nauwelijks naar buiten hoefden omdat de automaat het keurig hield (af en toe moest hij wat bijgesteld worden als de windrichting weer wat veranderde) was het niet erg comfortabel. Alle luiken moesten uiteraard potdicht blijven, gezien de nu toch wel erg grote hoeveelheden water die over het schip kwamen. Het werd binnen benauwd en ik hoopte dat als we Zuid-Oostelijk zouden gaan varen we in ieder geval het schuifluik in de kuip een kiertje open konden laten. Ik besloot om de koers te verleggen en enige tijd zelf te gaan sturen om uit te vinden wat de prettigste koers zou zijn. Ondanks zeilpak, laarzen etc. ben ik toch erg nat geworden. Maar het resultaat was prima. We gingen zuidoost en zouden als we die koers konden handhaven uitkomen in Gijon circa 130 mijl oostelijk van La Caruna. We liepen tussen halve wind en ruim voor de windse koers in, de automaat bleef het naar zijn zin hebben en wij werden ook weer vrolijker want het schip liep ruim 8 knopen op slechts het grootzeil met 2 riffen. De golven, die nu wel erg hoog waren,  kwamen nu dwars tot schuin van achteren en er brak er regelmatig één over het schip heen. De kuip stond dan tot boven de banken vol water, maar met 4 loosgaten verdween het ook weer betrekkelijk snel.

Toen we het vertrouwen hadden dat het schip niet plat zou slaan en de ramen van het dekhuis niet zouden breken konden we van het natuurgeweld ook genieten. Het was prachtig zo’n hoge golf met in de top een licht groen of licht blauw streepje, dat wel doorzichtig leek. Ondanks dat het schuifluik maar een heel klein kiertje open stond kwam er af en toe wel wat water binnen. Dat deerde ons echter niet. We hadden de dweil bij de hand.

Over de marifoon hoorden we dat er meerdere jachten in nood waren. We waren te ver af om assistentie te kunnen bieden. Gelukkig hoorden we dat de beroepsvaart te hulp schoot. Eén jacht moest door de bemanning worden verlaten. Zij werden door een vrachtschip aan boord genomen.

Inmiddels was het al weer avond geworden en de storm begon wat te luwen. We zaten nog zo’n 40 mijl van Gijon en de snelheid was inmiddels teruggelopen tot 5 knopen. Als we zeil zouden gaan bijzetten zouden we in het donker van de vroege vrijdagmorgen aankomen. Als de snelheid nog wat verder zou terugvallen en daar zag het wel naar uit,  zouden we met deze zeilvoering bij licht aankomen, waar we na kort beraad de voorkeur aan gaven. Het leek op de kaart te zien wel niet een echt moeilijke haven om binnen te lopen en bovendien hebben we een prima functionerend navigatieprogramma, “Tsunamis”, maar mij niet bekende havens loop ik als het even kan toch liever met licht binnen. Om 07.00 ’s-morgens naderen we de haven en starten de motor. Al snel ontdekken we dat er wat aan de hand is. Tot 2000 toeren gaat het goed, maar boven de 2000 wil hij niet. Een euvel wat mij bekend voorkomt. Bacterieën in de diesel is de voorlopige diagnose. We lopen de haven in en meren af. Er is plaats genoeg. En dan beginnen we ons te realiseren dat we echt wat meegemaakt hebben. Dat gevoel wordt nog versterkt door de omstanders die, weliswaar liggend in de haven, daar noodweer hebben meegemaakt volgens hun verhaal. Er komt een vreemd gevoel over mij heen. Enerzijds enige verbazing, want wij hebben geen moment angst gehad en betrekkelijk relaxed het geweld doorstaan, zelfs genietend af en toe, anderzijds ook wel een beetje een gevoel van trots op het schip en op ons zelf.

Het is wel duidelijk dat we het tactisch goed hebben aangepakt. Dit schip is niet een schip waarbij je snel moet kiezen voor bijliggen in een storm. Als je de ruimte hebt kun je het beste kiezen voor een ruim windse tot halfwindse koers en alleen op een stuk grootzeil varen. We realiseren ons daarbij wel dat we eigenlijk alleen maar in het dekhuis hebben gezeten (droog dus) dankzij het feit dat de automaat(autohelm 6000) het zo perfect deed. Af en toe wat plussen of minnen als de wind wat ging draaaien en dat gebeurde overigens vrij veel. Achteraf realiseerde ik mij dat ik dat ook van binnen had kunnen doen met de joystick die via de autopilot gaat.. Nooit meer aan gedacht, dus in feite ben ik ook nog onnodig naar buiten geweest, hoewel het nooit verkeerd is om goed voeling met het schip te houden. Hoe goed de automaat ook is je moet het schip goed blijven trimmen.

Voor we gaan slapen vragen we de havenmeester of hij een monteur voor ons kan regelen. Dat kan en in de middag zou hij komen. In de middag verschijnen inderdaad twee heren één in het pak en de ander in overall. Met veel moeite uitgelegd wat het probleem is. Ze spreken alleen Spaans en die taal beheersen wij niet De mannen kijken erg bedenkelijk. Ik stel voor eerst maar eens naar een dieselfilter te gaan kijken. Gereedschap hebben ze niet bij zich. Wel dat hebben we genoeg aan boord. Sporen van slijm die op bacterieën duiden zien we niet. Wel water. De conclusie is dat via de ontluchtingen aan beide kanten van de kajuit water in de tanks moet zijn gekomen. Gezien het geweld waarmee het water het schip bestookt heeft zou die conclusie wel eens juist kunnen zijn, maar wat nu? De tanks moeten leeg volgens de heren, maar dat kan daar niet. Wel kunnen ze er een addectief in doen, die het water als het ware absorbeert, maar ze kunnen niet garanderen dat dit afdoende is. Later in de middag zullen ze terugkomen met het spul. Inderdaad komen ze later met een literblik dat in de tanks wordt gegoten. De volgende morgen, als vermenging met de diesel heeft plaatsgevonden, moeten we maar proberen of het probleem is opgelost. De rekening bedraagt Euro 250, 200 voor de vloeistof en 50 voor arbeid.

Hoewel de volgende dag de motor onder belasting weer moeiteloos naar meer dan 3000 toeren gaat, ben ik er toch niet helemaal gerust op, naar later zal blijken terecht.

Als er water is gekomen in de dieseltanks hoe zou het er dan voorstaan met de bakskisten? De kuip heeft immers vele malen tot boven de banken onder water gestaan. Gelukkig blijkt dat wel mee te vallen. We schatten dat er 30 tot 40 liter water is binnengekomen, vermoedelijk vnl. via de openingen voor aanzuiging van lucht voor de motor, waar weliswaar schelpen voorzitten, maar de constructie is toch kennelijk niet 100%. Een volgende keer moeten we die op één of andere manier dichtmaken. Ook zonder is er voldoende lucht voor de motor. Met de pomp en de laatste restjes met de spons is het water snel weg. We ontdekken verder nog wat kleine gebreken die aan de storm zijn te wijten:

Resumerend: water in de dieseltanks (kan verholpen worden door schelpen voor de ontluchters te plaatsen).

                      water in de bakskisten (openingen aanzuiging lucht in de kuip voor motor afsluiten).

                      windgenerator werkt niet meer ( is vermoedelijk onze eigen schuld. Die hadden we bij

                      windkracht 9 uit moeten zetten).

                      Windvaan in de mast is losgeraakt (kan gebeuren; met behulp van de electrische lieren ben

                      je zo in de mast om te repareren)                 

                      bovenste leuver van grootzeil gebroken (niet abnormaal gelet op de spanning die op het

                      zeil gestaan heeft)

                      luidspreker marifoon in de kuip is bezweken (kon kennelijk niet tegen zoveel zeewater

                      en moet vervangen worden door een zeewaterbestendiger exemplaar).

Kortom, het schip heeft bewezen een fantastisch zeeschip te zijn die, mits je uiteraard de juiste stormtactiek toepast, volledig betrouwbaar is onder ook extreme omstandigheden en dankzij het dekhuis ook in extreme omstandigheden comfort aan de bemanning blijft bieden.

We hebben die dag schepen zien binnenkomen met grote schade. Kapotte zeilen, ontzettend veel water binnen, etc. met uitgeputte bemanningen. Achteraf zijn we blij dit meegemaakt te hebben. We weten nu wat het schip kan, wat voor dit schip de beste stormtactiek is, en welke zwakke puntjes (in feite zijn het kleinigheden, die natuurlijk best lastig kunnen zijn) nog aanpassing behoeven.

Zaterdag en zondag blijven we in Gijon. We  hebben beloten om voor Lagos in Zuid Portugal, onze eindbestemming voor deze etappe van de reis, nog 3 havens aan te doen t.w. La Caruna, Nazaré en Cascais bij Lissabon en in ieder van die plaatsen ook minstens een dag te blijven. We hebben immers tijd genoeg.

Uiterlijk 6 september moeten we beiden in Nederland terug zijn.

Gijon blijkt een leuke stad te zijn met zowel veel oude als nieuwe gebouwen. Er zijn mooie zandstranden en we hebben de indruk dat met name de Spanjaarden zelf er op vakantie gaan. Van massaal buitenlands toerisme is geen sprake. Uiteraard ook kennis gemaakt met de heerlijke Spaanse keuken. Voor rokers is Spanje een eldorado. Een pakje van 20 stuks kost Euro 2,40 (in Nederland 3,65).

Op maandag 21 augustus om 11.00 uur vertrekken we uit Gijon richting Lagos. De afstand is circa 150 mijl, dus ruim een etmaal varen. Het is prachtig weer en met nu weer noordelijke wind zeilt het fantastisch langs de Spaanse noordkust. Wel moeten we steeds goed opletten op vlaggetjes die viskorven (kreeft en krab) aangeven maar ook netten staan er volop. We besluiten dan ook verder van de kust af te gaan naar dieper water (meer dan 1000 m). Zeker voor de nacht is dat toch een stuk veiliger.

S’-nachts worden we bezocht door meerdere scholen dolfijnen. Met een heldere maan is dat een prachtig gezicht. Ook in de Golf hebben we  regelmatig  dolfijnen gezien. Otto werd in de tweede nacht in de Golf er voor het eerst mee geconfronteerd. Hij was zo enthousiast dat hij via de satelliettelefoon onmiddellijk zijn vriendin ging bellen zich niet realiserend dat het wel 3 uur ‘s-nachts was.

Op 22 augustus rond 13.00 uur naderen La Caruna. Een half uurtje later strijken we de zeilen, veel wind was er niet, en starten de motor. Ook nu weer is 2000 toeren het maximum maar dan lopen we toch nog wel 5 knopen. Rond 14.00 uur zijn we afgemeerd, vlakbij de uitgang naar de receptie en naar de stad.

We willen toch weer een monteur bij de motor hebben. In La Caruna blijken meerdere Yanmar dealers te zijn, maar de eerste 10 dagen zouden we niet aan de beurt zijn. De behulpzame havenmeester wist echter wel iemand die beslist zou komen en inderdaad de volgende morgen was hij er. Het leek ons iemand die er echt verstand van had. Zelf hadden we al geprobeerd het dieselfilter te vervangen maar met onze kettingsleutel lukte het niet het filter los te krijgen. Het lag gelukkig niet aan onhandigheid van ons. De monteur, die geen filtersleutel bij zich had, slaagde er met onze sleutel ook niet in het filter los te krijgen. Later met zijn eigen sleutel was het een fluitje van een cent (zo’n sleutel hebben wij nu inmiddels ook).

Water was nog steeds het probleem. We lieten hem de leg bus zien met het addectief wat in Gijon in de tanks was gegaan. Er moest meer in volgens hem en een uurtje later kwam hij terug met een nieuwe bus van een merk dat ik ook in Nederland wel heb gezien.Voorts moest er volgens hem ook nog gif bij omdat het risico voor bacterieën groot is als er water in de tank heeft gezeten. Maar dat had hij niet. Gelukkig hadden we dat zelf. Nog een vol busje. De helft was volgens hem genoeg.

Vervolgens de motor weer gestart extra lijnen belegd en de motor zeker een kwartier belast op 3200 toeren laten draaien. Geen probleem en nu had ik het gevoel dat het wel in orde zou zijn. We hebben ook inderdaad geen problemen meer gehad.

Ook La Caruna blijkt een mooie stad te zijn. Er is een commerciële haven, met daar omheen wat industrie, maar ook de visserij is goed vertegenwoordig. Duidelijk is dat in de laatste jaren er veel aan de zeezijde is bijgebouwd, maar we kunnen de flatgebouwen niet echt mooi vinden. Ook hier weer heerlijke stranden en ook hier afwezigheid van buitenlands toerisme. Die gaan liever naar de overvolle en in deze tijd zeer warme costa’s aan de Middenlandse zee. Mij lijkt de noordkust van Spanje veel mooier, rustiger en niet zo heet.

Op donderdag 24 augustus om 11.30 uur vertrekken we uit La Caruna richting Nazaré. Dit plaatsje kenden we van twee jaar geleden toen het Europees kampioenschap voetbal in Portugal werd gehouden. We hadden toen vlak bij Nazaré een appartement gehuurd en vonden Nazaré een hele mooie en gezellige badplaats met een haven, die we toen overigens niet echt goed bekeken hebben.

Om 2 uur in nacht komen we in zeer dichte mist voor Nazaré, maar met Tsunamis is het geen probleem om binnen te lopen. Binnen is de mist een stuk minder. De haven is een echte vissershaven met maar een beperkte capaciteit voor jachten. We kunnen geen plek vinden. Aan de kant zien we opeens een man met een zaklamp zwaaien. Kennelijk de havenmeester. Hij dirigeert ons naar een plek waar we kunnen liggen.

Dat blijkt niet meer te zijn dan een grote betonnen paal en daar voelen we toch echt niets voor. We kunnen dan ook nog aanleggen bij het tankstation maar dan moeten we om 07.00 uur wel weer weg zijn. Ook daar voelen we niets voor en we besluiten de haven weer te verlaten om naar Peniche te gaan wat circa 15 mijl zuidelijker ligt.

Als we buiten komen blijkt de mist te zijn opgetrokken. Zeilen hijsen heeft geen zin want er is geen wind.

Rond 6.30 uur zijn we bij Peniche, maar Tsunamis is niet echt duidelijk voor deze haven (geen detailkaart) en we besluiten met binnenlopen te wachten tot het licht wordt. Een uurtje later lopen we binnen en zien een grote haven maar ook weer een echte vissershaven met een beperkte capaciteit voor jachten en voor passanten maar één steiger die vol is. We willen langszij gaan liggen bij een Engels jacht, maar de schipper vertelt dat hij binnen een half uur vertrekt. We gaan dan maar even dobberen en op zijn vertrek wachten.

Al na een kwartier gaat hij weg en we nemen zijn plek in.

Eerst maar even naar de havenmeester. Die blijkt er niet te zijn en ook niet te komen. Je moet naar hem toe en hij zit in een gebouw op een kwartier afstand lopen. Uiteindelijk kom ik daar althans dat dacht ik. Het blijkt het gebouw te zijn van de maritieme politie. Aan een agent vraag ik waar de havenmeester zit. Hij verstaat me niet en spreekt alleen maar Portugees. Uiteindelijk lijkt hij het te begrijpen. Hij zwaait wat met zijn arm in een bepaalde richting. Ik had het inmiddels wel gezien en geen zin meer om verder te zoeken. Ik had die nacht niet geslapen en was moe en besloot terug te gaan om een paar uurtjes slaap te pakken. Het verhaal aan Otto vertelt en hij zei “ga jij maar slapen ik regel het straks wel”.

Toen ik ’s-middags wakker werd was het ook inderdaad geregeld. Ik bleek er ’s-morgens vlak bij te zijn geweest. Otto kreeg een grote pluim en een extra borrel.

Peniche bleek een klein plaatsje te zijn met veel winkeltjes en restaurantjes. Daarnaast een behoorlijk industrieterrein met ook veel visverwerkende bedrijven.

’s-Avonds zochten we een restaurantje op waar we heerlijk, uiteraard vis, hebben gegeten. We hadden een voorgerecht, een hoofdgerecht, een nagerecht, een fles wijn, koffie met een portje en we moesten Euro 37 afrekenen. We konden het bijna niet geloven. In Nederland zouden we tenminste het dubbele zijn kwijt geweest zo niet meer.

De volgende dag op zondag om 11.00 uur vertrekken we naar Cascais, waar we om 17.00 uur die middag aankomen. Een klein tochtje dus, met wederom niet al te veel wind. Motorzeilen werd het.

Cascais ligt vlak bij Lissabon en je kunt het beschouwen als “het Scheveningen van Den Haag”.

Er is een prachtige Marina met veel winkeltjes, die echter voor een deel nog leeg staan of weer leegstaan.

Ook hier eten we ’s-avonds op een terras weer voor een “prikkie”.

De volgende morgen gaan we op zoek naar een supermarkt. Kennelijk zijn we verkeerd gelopen, want we komen in allerlei kleine straatjes terecht met alleen maar woonhuizen. We vragen een voorbijganger waar we een supermercado kunnen vinden en die wijst ons de weg. Op nog geen 100 meter afstand is er een.

Nou ja, een supermarkt? Het is een bedieningswinkeltje zoals je ze bij ons 50 jaar geleden tegenkwam.

Het stond volgepropt met allerlei waar en ik moet toegeven op die kleine ruimte hadden ze ongelooflijk veel. Buiten hadden ze nog een terrasje waar je wat kon drinken. We waanden ons in de vijftiger jaren maar we konden wel krijgen wat we hebben wilden. 

In de namiddag zijn we opnieuw gaan zoeken naar het centrum. Volgens Otto, die een artikel had gelezen over Cascais, moest er een heel modern en groot centrum zijn met veel winkels. Inderdaad we waren die ochtend kennelijk niet goed wakker geweest, want nu liepen we wel goed en kwamen we bij een centrum dat de vergelijking met West-Europese centra goed kan doorstaan. Alleen het prijsnivo ligt in Portugal wat plezieriger. Dat geldt overigens niet voor de marina’s. Het prijsniveau valt te vergelijken met de prijzen die Engelse marina’s rekenen. We vinden een ligplaats in Nederland vaak duur, maar in feite hebben we niets te klagen als we het vergelijken met Engeland en Portugal.

Op dinsdag 29 augustus vertrekken we naar Lagos. Het is prima zeilweer en we komen op woensdag 30 augustus aan het eind van de morgen in onze “voorlopige thuishaven” aan. Lagos heeft een grote en veilige marina met alle denkbare faciliteiten. Prima bewaking en je moet om de marina binnen te komen of te verlaten door een wandelbrug over de rivier, die vanuit het havenkantoor bediend wordt. Ze hebben dus 100% controle over al het uitgaande en binnenkomende verkeer dat niet onder de brug doorkan en zeiljachten kunnen dat niet.

Op dinsdag 5 september vliegen we terug naar Nederland. Voor Otto is de vakantie dan ook afgelopen.

We hebben beiden zeer van de reis  genoten en Otto heeft aangetoond veel talent te hebben om uit te groeien tot een uitstekende zeezeiler, maar mijn doel is niet bereikt. Hij blijft een voorkeur houden voor motorboten.

 

De volgende etappe wordt vermoedelijk naar Madeira in november.

Een opstapper(ster) is altijd welkom. Interesse? Mail naar: olddutch18@hotmail.com of bel 0654743895.